Spijbelen blijft een probleem, vooral in het secundair onderwijs

Door Ingeborg De Meulemeester op 9 november 2018, over deze onderwerpen: Onderwijs, Spijbelproblematiek

Het aantal spijbelaars in het secundair onderwijs neemt toe. Vorig schooljaar waren er 10.532 spijbelaars of 2,60 procent van de schoolbevolking. Het jaar daarvoor ging het om 9.736 spijbelaars of 2,50 procent. In het basisonderwijs blijven de cijfers stabiel: het percentage schommelt tussen de 0,65 en 0,70 procent. "Elke spijbelaar is er één te veel", oordeelt Ingeborg De Meulemeester. "Het actieplan Samen tegen Schooluitval loopt, maar toch zien we dat het aantal spijbelaars blijft toenemen."

Jongens spijbelen opvallend meer dan meisjes. Het gaat voornamelijk over leerlingen uit het (deeltijds) beroeps secundair onderwijs en het buitengewoon onderwijs. Meer dan de helft van de leerlingen die spijbelt in het secundair onderwijs, loopt school in een centrumstad en is ouder dan 16 jaar.

Spijbelen ontstaat wanneer de leerling de binding verliest met de school, zich er niet thuis voelt en niet aangesproken wordt op zijn verantwoordelijkheid om aanwezig te zijn. Ook voldoende uitdaging voor de leerling is belangrijk om schooluitval tegen te gaan. "Daarnaast dragen ook ouders een belangrijke verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat hun kind effectief in de klas zit", vult De Meulemeester aan.

"Bijna alle acties van het plan Samen tegen Schooluitval zijn in uitvoering. Toch zien we het aantal spijbelaars niet afneemt, wat het doel van het plan is. De onderwijsminister hoopt dat door de invoering van duaal leren de cijfers zullen dalen", aldus De Meulemeester. "Ik hoop met haar mee en blijf de problematiek alleszins op de voet volgen."

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is