57% van leerlingen met andere thuistaal dan het Nederlands heeft schoolachterstand

Door Ingeborg De Meulemeester op 29 maart 2017, over deze onderwerpen: Onderwijs

Leerlingen uit het secundair onderwijs met een andere thuistaal dan het Nederlands hebben meer dan twee keer zoveel kans op schoolachterstand dan leerlingen die thuis Nederlands spreken. Ook leerlingen die een schooltoelage ontvangen, lopen een veel grotere kans op schoolse vertraging dan leerlingen zonder toelage. Dat blijkt uit de cijfergegevens die Ingeborg De Meulemeester (N-VA) opvroeg bij onderwijsminister Hilde Crevits.

In het schooljaar 2014-2015 liep 44 procent van de leerlingen in het secundair onderwijs die een schooltoelage kregen een schoolachterstand op. Voor de leerlingen zonder toelage was dit slechts bij 25 procent het geval.

Voor de indicator thuistaal liggen de percentages nog verder uit elkaar. 57 procent van de leerlingen in het secundair onderwijs waarvan de thuistaal niet het Nederlands is, liep een schoolse vertraging op tegenover slechts 26 procent van de leerlingen die thuis Nederlands spreken.

“Het aantal leerlingen dat een schoolachterstand oploopt, is de jongste jaren gedaald, maar de percentages liggen nog veel te hoog. Kennis van het Nederlands is een cruciale factor. We moeten hier dan ook op blijven inzetten”, besluit Ingeborg De Meulemeester.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
The average score is